Hoe Havenbedrijf Rotterdam CO₂-reductie laat concurreren

Oct 7, 2026

Wat als je verduurzaming niet afdwingt met regels, maar in de markt legt via een publieke prijsvraag? Havenbedrijf Rotterdam doet het met Carbonbid: bedrijven dienen zelf in hoeveel CO₂ ze kunnen reduceren en tegen welke prijs, waarna het geld naar de meest kosteneffectieve plannen gaat. Na de eerste ronde staat de teller op acht winnaars, 575.000 ton CO₂-equivalent aan beoogde reductie, en een gemiddelde prijs van zo’n 6 euro per vermeden ton, een fractie van de ETS-prijs.

In een interview vertelt Teije Smittenaar, directeur financiën bij Havenbedrijf Rotterdam, over het initiatief.

Van vierenvijftig aanvragen naar acht winnaars

Van de vierenvijftig aanvragen (in totaal ruim acht keer het beschikbare budget) die binnenkwamen, wonnen er acht. Een deel van de kandidaten die afvielen, verloren het op de prijscompetitie doordat ze meer geld vroegen per vermeden ton CO₂ dan de uiteindelijke winnaars. De gemiddelde prijs die uit de competitie rolde, lag ver onder de ETS-prijs, wat voor het Havenbedrijf reden was om de pilot als geslaagd te bestempelen. De bal ligt nu bij de winnende bedrijven om met de uitvoering te starten.

“We hebben heel erg geluisterd naar de markt en gekozen voor een aanpak waarbij we zoveel mogelijk vrijheid geven aan het bedrijf om hun eigen oplossing te pitchen.”

De acht winnende projecten lopen uiteen. Aan de ene kant van het spectrum staan bedrijven die overstappen op elektrificatie van materieel in de haven (bestaande technologie, waarvan de businesscase kennelijk nog niet aantrekkelijk genoeg was om zonder steun de stap te zetten). Aan de andere kant staat een bedrijf dat methaan filtert uit havenslib. Het vervuilde slib dat vrijkomt bij het op diepte houden van het havenareaal, wordt normaliter opgeslagen in de Slufter, waarbij door vergisting van organisch materiaal methaan vrijkomt, een broeikasgas met een veel groter klimaateffect dan dat van CO₂. Het bedrijf verwerkt die baggerspecie tot een grondstof voor de keramische en cementindustrie, als vervanger van klei. Zo verdwijnt in één beweging zowel de methaanuitstoot als een afvalstroom, een oplossing die zonder Carbonbid vermoedelijk nog niet op de markt was gekomen. “Dat was gewoon nog niet op de markt,” zegt Teije erover. “Dat is echt het andere spectrum van innovatie, iets dat anders niet, of pas veel later, naar voren was gekomen.“

Waarom een prijsvraag, en geen subsidiepot

De keuze voor een prijsvraag in plaats van een klassieke subsidieregeling is weloverwogen. Een subsidie garandeert niet per definitie de grootste impact per beschikbare euro, omdat de competitie tussen initiatieven ontbreekt. Bij Carbonbid werd bedrijven gevraagd aan te geven hoeveel CO₂-equivalent ze konden wegnemen en welke bijdrage daarvoor nodig was, waarmee automatisch een kostprijs per vermeden ton ontstaat, en de beste verhouding tussen impact en geld vanzelf bovendrijft.

“We geloven er heilig in dat je met een publieke prijsvraag de grootste impact, dus reductie CO₂, voor de beschikbare middelen kunt realiseren. Bij een subsidie is dat niet per definitie gegarandeerd.” 

Voorafgaand aan de lancering hield het Havenbedrijf een marktconsultatie om te toetsen wat voor bedrijven de kritieke succesfactoren waren om mee te doen. Daaruit kwamen twee scherpe punten naar voren: de bijdrage moest substantieel genoeg zijn om de moeite waard te maken (vandaar de tickets van 700.000 euro), en het Havenbedrijf moest zich beperken tot het definiëren van het gewenste resultaat, niet de manier waarop bedrijven dat zouden bereiken. Die laatste les werd het uitgangspunt van de hele opzet: het “wat” bepaalt de opdrachtgever, het “hoe” is aan de markt. 

“We hebben vooral bevestiging gekregen dat bedrijven goed weten hoe ze dingen moeten doen. Het voorschrijven van hóe dingen moeten, moet je tot een minimum beperken,” zegt Teije Smittenaar. “Dus: het ‘wat’ definiëren, en het ‘hoe’ aan de markt laten.”

Een blauwdruk groter dan CO₂ alleen

Wat het model volgens het Havenbedrijf bijzonder maakt, is de overdraagbaarheid. De opzet (definieer het gebied waarbinnen reductie wordt gemeten, bepaal de looptijd en het beschikbare budget, en alloceer op basis van de meest competitieve bijdrage) is in principe één op één te kopiëren naar andere contexten. Juridische begeleiding, onder meer van een onlangs aan de Universiteit van Amsterdam gepromoveerde universitair docent  bestuursrecht en inkoopexperts van Schiphol, Gasunie en Enexis, bevestigde dat deze opzet volstaat om compliant te blijven met staatssteunregelgeving, zonder dat de vrijheid van de markt wordt beperkt. Er wordt inmiddels ook gekeken of hetzelfde mechanisme toepasbaar is op stikstofdepositie, een probleem dat, net als CO₂, om een concrete reductiedoelstelling vraagt die met marktcompetitie ingevuld zou kunnen worden. 

 

“Het mooie van dit initiatief is dat het bijna één op één te kopiëren is naar een andere relevante context in Nederland, of zelfs daarbuiten,” aldus Teije. “Een collega heeft dit mechanisme losgelaten op stikstofdepositie, wat net zo schadelijk is voor gezondheid, natuur en biodiversiteit. De conclusie was dat dit principe ook toepasbaar is voor stikstof.” 

Na de geslaagde eerste ronde overweegt Havenbedrijf Rotterdam een tweede ronde van Carbonbid. Daarmee krijgen bedrijven in het Rotterdamse havengebied opnieuw de kans om met hun eigen plannen voor CO₂-reductie een bijdrage te winnen. 

Carbonbid wordt geprogrammeerd tijdens de Nationale Conferentie Brede Welvaart. 

Lees meer over Carbonbid.

Read more news

News
Prev 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 Next