In dit interview deelt Ingeborg Absil, Directeur Bereikbaarheid en Netwerkkwaliteit bij Rijkswaterstaat, haar visie op wat er nodig is om brede welvaart écht te integreren in een organisatie. “We moeten het verankeren in onze processen én laten zien dat het werkt in de praktijk.” Van strategisch asset management tot samenwerking met marktpartijen: “Het vraagt lef, en mensen die het gewoon gaan doen”.
Hoe vaak komt het begrip brede welvaart in jullie dagelijkse werk terug?
“Binnen beleid is er wel veel aandacht voor, maar in de uitvoering merk je dat het een containerbegrip blijft. Dat komt doordat we het nog niet goed hebben vertaald naar hanteerbare doelstellingen en indicatoren. Wij werken met concrete doelstellingen als bereikbaarheid, veiligheid en leefbaarheid. Hoe verder je naar beneden in de organisatie komt, hoe minder herkenbaar brede welvaart is.”
Wat is er volgens jou nodig om die vertaalslag te maken?
“Brede welvaart moet onderdeel worden van ons asset management en onze opdrachtverlening. Idealiter lees je het terug in ons strategisch asset managementplan, maar dat is nu nog niet het geval.”
“Het begint bij beleidsafdelingen. Zij zouden hun nota’s, plannen en opdrachtverlening meer vanuit brede welvaart moeten benaderen. Vervolgens moeten wij als organisatie dat concreet vertalen naar projecten.”
Is er binnen Rijkswaterstaat draagvlak om brede welvaart te integreren in bestaande processen?
“Bij een kleine groep zeker. Maar breed in de organisatie en op bestuurlijk niveau speelt er veel druk: we hebben bezuinigingen, een onderhoudsachterstand en een politieke omgeving waarin vaak wordt gekozen voor het minimale. Er is dus bereidheid, maar het ontbreekt nog aan lef en voorbeelden. Mensen moeten zien dat het werkt en dat het haalbaar is.”
Zijn er voorbeelden waar brede welvaart al zichtbaar wordt in de praktijk?
“Ik ben gecharmeerd van het waardenwiel dat de gemeente Rotterdam gebruikt in haar asset management. Zij hebben echt een vertaalslag gemaakt naar waarde-gedreven werken. Bij ons staat dat nog ver af.”
“Je hebt zowel top-down integratie nodig: brede welvaart in processen en methodieken, als bottom-up: projecten waarin mensen op basis van intrinsieke motivatie keuzes maken die maatschappelijke waarde toevoegen.”
Zijn er voorbeelden waar brede welvaart al zichtbaar wordt in de praktijk?
“Voor een deel van de mensen zijn de financiële prikkels doorslaggevend. Brede welvaart en duurzaamheid werken niet anders dan andere innovaties: een kleine groep doet het uit overtuiging, maar de meeste mensen willen zien dat het iets oplevert. Zonnepanelen zijn een goed voorbeeld: mensen kiezen ze meestal omdat het loont, niet alleen om de planeet te redden. Ik kijk waar energie zit. Bij collega’s, bij directieleden, bij samenwerkingen. Dan probeer ik dat vlammetje aan te wakkeren. Zonder mensen die hun nek uitsteken, gebeurt er niets. Dus ja: strategisch kiezen wie je betrekt en waar je begint, is cruciaal.”
Wat hoop je dat er over vijf jaar veranderd is?
“Dat brede welvaart mainstream wordt in plaats van iets voor een kleine groep believers. Concreet hoop ik dat ik over vijf jaar meerdere voorbeelden kan laten zien waarin het in projecten en in ons asset management echt is verankerd. Brede welvaart vraagt om mensen die niet alleen visionair zijn, maar ook bereid zijn hun nek uit te steken. Mensen met lef, doorzettingsvermogen en de bereidheid om soms tegen de stroom in te zwemmen. Daar probeer ik zelf ook aan bij te dragen.”
“Dat vraagt om een vlammetje dat je aansteekt en brandend houdt, én om mensen met lef die in het bestuur of in projecten bewuste keuzes durven maken.”
Brede welvaart vraagt om mensen die de eerste stap durven zetten. Ingeborg Absil doet dat. Jij ook?
Dit artikel is geschreven in het kader van de Nationale Conferentie Brede Welvaart.


