Van meten naar handelen. Hoe zorgen we dat impactinformatie niet in een rapport verdwijnt, maar ook financiële keuzes beïnvloedt? We spreken Michel Scholte, medeoprichter van True Price, uitvoerend bestuurder Impact Institute en medeoprichter en bestuurslid Impact Economy Foundation.
Wat is volgens jou nodig om echt van inzicht en rapportage naar daadwerkelijke verandering in gedrag?
“De kern is: je hebt betrouwbare impactinformatie nodig, die voldoende gedeeld wordt en wordt geaccepteerd. Pas dan kun je er transacties op baseren. Denk aan investeerders die op basis van impactrendement besluiten waar ze hun geld in steken, of aan overheden die inkoopbeslissingen nemen op basis van échte prijzen; de som van de marktprijs en alle verborgen maatschappelijke en milieukosten die niet in de winkelprijs zijn meegenomen.”
“De data is er om écht te sturen op impact. De modellen zijn volwassen, de methodes zijn goed onderbouwd. Je kunt vandaag al berekenen wat de maatschappelijke winst of schade van een bedrijf of product is. Het hoeft niet ‘perfect for purpose’ te zijn, maar wel ‘sufficient for purpose’. Dat is vaak al genoeg om een transactie op te baseren. Neem een investeerder: die zal alleen impact meenemen als de onderliggende data geloofwaardig is. Het gaat dan om validiteit, maar ook om onderling vertrouwen. Maar of het écht gebruikt wordt, hangt af van de wil en van de prikkels.”
“We hebben de modellen, de methodes en de data. Als jij als bedrijf of investeerder impact wilt meenemen, dan kun je dat vandaag doen.”
Hoe krijg je partijen mee die niet intrinsiek gemotiveerd zijn?
“Dan moet je de prikkels goed organiseren. Al die mechanismen kun je zo inrichten dat impact loont. Zolang je informatie valide en toegankelijk is, kun je als overheid of financiële instelling sturen op maatschappelijke waarde. En dat gebeurt gelukkig al steeds vaker. Ik kan er zo 10 noemen.”
“1: Fiscale prikkels”
“Denk aan aanpassing van winstbelasting, btw of accijnzen op basis van impact. Als je maatschappelijke waarde creëert, betaal je minder belasting – en andersom. Simpel voorbeeld: vervuilende producten worden duurder, schone initiatieven goedkoper. Dat is al zichtbaar in de ETS-markten. Maar je kunt het veel breder trekken dan alleen CO₂.”
“2: Subsidies herinrichten”
“Subsidies moeten naar positieve impact. Nu gaat er wereldwijd 6000 miljard naar olie en gas. In Nederland alleen al 42 miljard. Een klein deel van de subsidies is al gekoppeld aan maatschappelijke criteria, bijvoorbeeld via de Green Deal. Maar dat moet veel systematischer. Dan wordt subsidie een beloning voor wie bijdraagt aan brede welvaart.”
“3: Rente en monetaire prikkels”
“Impactvolle bedrijven kunnen een lagere rente krijgen. Denk aan green bonds, sustainability-linked loans of voorzieningen van centrale banken. Er zijn al structuren waar banken goedkoper geld kunnen lenen als ze het doorzetten naar duurzame initiatieven maar de criteria zijn vaak te vaag. Daar kan veel meer focus komen op betrouwbare impactdata.”
“4: Publieke inkoop”
“Overheden doen 10% van de economie via inkoop. Als zij vragen om true pricing dan gaat de markt mee. Dat mag juridisch gewoon binnen de Europese aanbestedingsregels, zolang de methode transparant is en informatie voor iedereen toegankelijk is. Het is een enorme hefboom.”
“5: Handelsbeleid en grensheffingen”
“Met CBAM – de Europese CO₂-grensheffing – zie je de eerste stap. Maar je kunt dat verbreden: bijvoorbeeld importheffingen op producten met mensenrechtenschendingen of biodiversiteitsschade. Dat versterkt de strategische autonomie van Europa én beloont koplopers.”
“6: Accountingstandaarden”
“Wat je meet, bepaalt wat je stuurt. Dus zolang maatschappelijke schade niet in de jaarrekening zit, wordt het ook niet meegewogen. Kijk naar natuurinclusieve landbouw: dat land is vaak minder waard op papier, waardoor boeren worden gestraft voor duurzaamheid. Dat is bizar. We hebben nieuwe standaarden nodig, vandaar ook Impact-Weighted Accounts Framework.”
“7: Consumententransacties”
“Als je consumenten laat zien wat de échte prijs is, dan verandert hun gedrag. True Price-producten laten dat al zien. Er is nog veel onbenutte betalingsbereidheid. En vanaf 2027 gaan we het zelfs opnemen in het onderwijs.”
“8: B2B op basis van impact”
“Steeds meer bedrijven nemen impact op in hun inkoopcriteria. Dat gebeurt nu al bij partijen als Alliander, Stedin, Enexis, die hebben vrijwillige carbon pricing geïntegreerd in hun interne besluitvorming. We helpen bedrijven om die informatie ook echt te gebruiken in hun commerciële keuzes.”
“9: Mededinging”
“De ACM heeft leidraden gemaakt die het mogelijk maken om sectorbreed af te spreken dat je bijvoorbeeld geen producten meer verkoopt met te hoge schade. Zolang de maatschappelijke baten groter zijn dan het effect op de prijs, mag dat. Het is juridisch mogelijk en het gebeurt al.”
“10: Beurs en asset allocatie”
“Waarom zou je als belegger investeren in een bedrijf dat winst maakt door schade? Met True Profit als maatstaf kun je bedrijven rangschikken op echte waardecreatie. Die informatie is er maar nu moet die nog structureel meewegen.”
Welke voorbeelden laten zien dat dit al werkt?
“Neem het Europese emissiehandelssysteem (ETS): dat is een duidelijk voorbeeld van een fiscale prikkel gebaseerd op impact. Ook de herziening van landbouwsubsidies onder de Green Deal laat zien dat overheden impact steeds vaker meenemen in hun financiële instrumenten. In de praktijk werkt True Price bijvoorbeeld met Cornell University aan inkoopmodellen voor schoollunches op basis van milieukosten. En via de Global Impact Database kunnen van duizenden bedrijven de True Profit-berekeningen worden gemaakt, vandaag al. Ook in venture capital zijn er al praktische tools beschikbaar.”
Als je vooruitkijkt waar hoop je over vijf jaar te staan?
“Dan ontstaat een economie waarin maatschappelijke waarde net zo belangrijk is als financiële waarde. Waar bedrijven beloond worden voor positieve impact. En waar het logisch wordt om duurzaamheid onderdeel te maken van je strategie omdat het rendeert. Over 5 jaar hoop ik dat elk bedrijf een maatschappelijke jaarrekening heeft. De échte winst wordt dan getoond. En elk product heeft een échte prijs. Geen verborgen kosten meer, maar transparantie over de werkelijke sociale en ecologische impact. Dat is realistisch want technisch kan het nu al. We kunnen vandaag al met één druk op de knop van 2.500 bedrijven een correctie maken op hun winst, op basis van onze Global Impact Database.”
“De data is er, de modellen zijn er en nu is het een kwestie van de mensen, de tijd en de middelen organiseren om het systematisch toe te passen. Maar als je kijkt naar de infrastructuur: het kán gewoon al.”
“En hetzelfde geldt voor producten. We hebben met de True Price Database nu honderden producten doorgerekend, en dat wordt steeds accurater, steeds beter, steeds toegankelijker. De technologie helpt ons daarin. En wij maken daarin continu voortgang. We zijn voorbij het hypothetische stadium. Het gaat er nu om: hoe snel willen we opschalen? Het fundament ligt er.”
“True Profit is niet alleen een visie meer, maar een realistische route naar een economie waarin maatschappelijke waarde leidend is.”
Dit artikel is geschreven in het kader van de Nationale Conferentie Brede Welvaart.


